“De HEERE zegene u en behoede u! De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig! De HEERE verheffe Zijn aangezicht over u en geve u vrede!” (Numeri 6:24-26)
Het was in mijn eerste gemeente waar ik kerkelijk werker was waar ik een vrouw ontmoette die ontzettend doof was. Het was zo erg dat ze alleen thuis met speciale hulpmiddelen iets kon meemaken van de kerkdienst via de kerkradio. Toch kon ze daar niet mee leven en ging ze trouw naar de kerk. Dat verbaasde mij, want thuis kon ze nog iets horen, in de kerk lukte dat niet. Toen ik er naar vroeg zei zij: “Al hoor ik niets van de dienst, maar krijg ik wel de zegen mee, is mijn dag toch goed”” . Dat is wat anders dan een jongere die zei: “De zegen is het teken dat we eindelijk naar buiten mogen”.
De zegen van God meekrijgen, aan het einde van de dienst. God geeft je iets mee waar Hij je de week weer mee in stuurt. Ik zeg vaak: “Ontvang de zegen van de Heer, geniet er ook van, maar deel hem ook weer uit”. Het woord zegen heeft alles te maken wat God ons wil geven aan goeds. Je ziet in het Oude Testament al dat als de priesters de zegen uitspreken, deze altijd verbonden is met de verzoening. Het volk wachtte daar op. Ze gingen niet eerder weg voordat ze de zegen van God hadden ontvangen. Kijk maar naar het moment dat de priester Zacharias niet kan spreken, dan staat het volk nog steeds te wachten, ook als het langer duurt dan normaal voordat hij voor het volk komt.
Zonder zegen van God weggaan was niet bespreekbaar. Dat was zoveel waard. Als wij iemand een zegen toewensen, los van God, dan bedoelen we al te zeggen dat het goede woorden zijn die je iemand toewenst. Dan hoop je dat die zegen uitkomt, maar als God Zijn zegen over ons laat uitspreken wordt het wel een andere dimensie.
Het is een zegen die God over je uit laat spreken. De zegen wordt namens God gegeven. Hij gebruikt de voorganger om Zijn woorden te spreken en de woorden die God spreekt zijn scheppende woorden. Denk daar eens over na. Als God spreekt ontstaan er dingen. Gods spreken daarmee schept God ook. Dus als Hij het goede, in de zegen over je uitspreekt, komt het tot stand. Onder die zegen wordt Gods goedheid over je leven tastbaar aanwezig. Er ontstaat een atmosfeer van bescherming en goedheid over je leven. Zo stuurt God je weg. Je mag gezegend vertrekken om zo ook weer een zegen te zijn. Die zegen is nooit alleen voor jezelf. Door de zegen van God te ontvangen, beloof je ook een zegen namens God te zijn.
Het is ook een zegen die niet werkt op het moment dat je er niet naar leeft. Dat is geen voorwaarde, maar dat is hoe God een zegen laat werken. Je krijgt hem mee, maar een zegen wordt alleen een zegen als je luistert naar wat God van je vraagt. In Deuteronomium staat een hele lange lijst met allerlei zaken die als je dat doet, je gezegend zult zijn, maar als je het niet doet dat de zegen verandert in vloek. De kracht van Gods zegen is dus door ons te beïnvloeden. Je zou bijna zeggen dat de zegen als een soort isolatie over je leven ligt, waarbij het goede van die zegen werkt op een leven in gehoorzaamheid als een versterking van dat leven. Het tegengestelde is dan ook waar dat als je er op los leeft, dat dit door die aanwezigheid van God over je leven ook weer in negatieve zin versterkt. Het is het verschil tussen zegen en vloek.
God geeft je niet een zegen mee om daar alles maar mee te bedekken als we los van hem leven buiten de muren van de kerk. Alsof die momenten in de kerk alles kunnen goed maken als je de andere dagen van de week niet met God bezig bent. Zegen in de Bijbel is nooit goedkoop. Het komt uit de verzoening voort, maar de zegen heeft een gelovig leven in die verzoening nodig om te kunnen functioneren. De zegen staat niet los, maar wordt krachtig over een gelovig leven. God wil altijd zegenen degenen die gelovig leven met Hem. Op die manier krijg je aan het eind van de dienst iets mee van God dat de scheppende kracht van God over je leven in zich heeft, maar wat niet automatisch werkt.
Laat je zegenen zodat Gods goedheid in je leven zichtbaar zal zijn. Weet je gezegend omdat God verlangt om je het goede te geven aan degenen die onder die zegen willen leven en geef dat door aan hen die je op je pad tegenkomt. Wees een zegen omdat je gezegend bent en leef een gezegend leven.