“Zo is dan het geloof uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God.” (Romeinen 10:17)
De preek, er is maar weinig waar meer van wordt gevonden dan van de preek. Voor ieder moet de preek eigenlijk ook wel aan bepaalde verwachtingen voldoen. Voor de een is de lengte van de preek belangrijk, voor de volgende moeten er toch wel echt de juiste woorden en klanken inzitten. En voor je het weet voldoet de preek niet aan jouw verwachtingen en je kunt al wel aanvoelen wie daar dan de oorzaak van is. Het is net als met kunst, de ene stijl past beter dan de andere stijl.
Je zou een predikant ook kunnen scharen onder de kunstenaars. Het vakwerk van deze kunstenaars wordt zichtbaar tijdens de preek. En net zoals de een houdt van een schilderij van Rembrandt houdt een ander van iets van van Gogh. Met andere woorden: verschillen en invalshoeken zijn er genoeg. Tegelijk is het geloof uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God. Paulus koppelt dat Woord van God aan de prediker en de prediking. Het is dus wel belangrijk, die preek elke zondag.
Is het nodig, die preek? Als je namelijk letterlijk neemt wat Paulus zegt over de prediking, dan zou je het eigenlijk moeten vertalen met ‘het proclameren van het Woord’. Daar zou je ook verkondigen nog bij mogen gebruiken, maar de vraag is wat eigenlijk ‘verkondiging van het Woord’ dan betekent. In het woord ‘verkondigen’ zit namelijk niet direct het woord ‘uitleggen’ in. Als je het woord ‘proclameren’ zou gebruiken is dat nog veel minder. Het is dan eigenlijk niets anders dan het laten klinken van het Woord van God. Dat is wat de basis moet zijn van de preek op zondag. Dat preken ook het uitleggen van het Woord is, maakt de preek eigenlijk tot het extraatje van de zondag.
Het lezen van het Woord van God, zou je na de aanbidding van God, het hoofdgerecht moeten noemen. Tegelijk kunnen we weer niet zonder de prediking. We hebben uitleg nodig. Denk maar gewoon even aan de kamerheer uit Ethiopië. Die man las in de boekrol van Jesaja, maar toen Filippus hem vroeg of hij begreep wat hij lees, werd duidelijk dat hij er niets van begreep. Hoe vaak overkomt het jou dat jij je voelt zoals die kamerheer? Je leest je Bijbel en denkt: ‘Het zal wel, maar ik begrijp er niets van’. Misschien kan ik je troosten met de gedachte dat ik daar ook regelmatig last van hebt en menig verkondiger van het Evangelie ook. Daarom moet de prediking ook niet de uitleg van een mooi en pakkend thema zijn, maar de uitleg van het Woord!
Natuurlijk kun je zelf Bijbelstudie doen en dan moet je ook zeker doen, maar op zondag is het toch anders. Als wij onze bijeenkomsten hebben en daar beseffen dat God Zijn troon heeft geplaatst op onze lofzangen en door de Heilige Geest werkt op die plaats, dan gaat de verkondiging op zondag op een ander niveau functioneren dan als je het in je eentje doet.
Aan de kant van de verkondiger ligt de vraag of hij de verkondiging zo brengt dat de gemeente deze kan ontvangen. Daar liggen allemaal vragen omheen die de verkondiger heel goed beseft. Daarom mag je de preek ook rustig een vorm van kunst noemen, want het is een serieuze kunst om elke week weer de preek zo te formuleren dat het past bij degenen die in de kerk zitten. En passen is niet naar de mond praten, maar is wel aansluiten bij de wereld waarin de gemeente zich bevindt. Dat gaat ongetwijfeld de ene keer beter dan de andere keer. De ene stijl zal je ook meer aanspreken dan de andere stijl. Dat mag, we zijn ook met elkaar in de kerk, dus hoeft het niet altijd alleen om jou te gaan, maar mag het ook gerust een ander meer aanspreken. Hoe dan ook is de preek de uitwerking van het Woord van God. Dat moet het zijn, maar dat is het dan ook.
Je kunt het ook niet passief over je heen laten komen, dan krijg je hetzelfde als waar Jesaja over klaagt als hij zegt: Wie heeft onze prediking gelooft? Met andere woorden, het Woord van God en de verkondiging dat moet met geloof worden beantwoord. Anders heeft het geen enkele zin. Het Woord van God, de uitleg die daaruit voortkomt, kan nooit los staan van je geloofsbelijdenis. De vraag daarbij is hoe je ‘amen’ kunt zeggen op een preek die langs je heen is gegaan? Het is bijna makkelijk als alleen een voorganger ‘amen’ zegt aan het eind van zijn preek. Alsof het betekent ‘het is klaar, we kunnen bijna naar huis’. Het zou veel meer een ‘amen?’ met een vraagteken mogen zijn, waar jij als hoorder op reageert met ‘amen!’ Het is waar en zeker, met heel mijn hart. En zou dan de geloofsbelijdenis, in de liturgie niet het beste passen na de preek, als jouw amen op het Woord?