8. De tuin van Eden: Gods thuis voor de mens

"Ook plantte de HEERE God een hof in Eden, in het oosten, en Hij plaatste daar de mens, die Hij gevormd had." (Genesis 2:8)

Als je bent bijgekomen van de rust en verder leest in Genesis, lijkt het alsof je een soort herhaling tegenkomt. Alsof de geschiedenis zich opnieuw afspeelt in hoofdstuk twee. Nadat Gods rust is beschreven, begint de schepping nog een keer. Alsof één keer niet genoeg was om te vertellen wat er gebeurde. Of misschien wel: als je beter kijkt, zie je meer details. Twee keer dezelfde route lopen lijkt vreemd, maar als je daardoor meer ontdekt, is het de moeite waard.

Toen God de aarde maakte, waren er nog geen struiken of gewassen. God had ze kennelijk wel geschapen, maar ze moesten nog groeien. Alsof God tijdens de schepping zaaide, maar omdat het nog niet regende, ontkiemden de zaden niet. Het lijkt alsof God de regen uitstelde tot er iemand was die de aarde kon bewerken. “Het had nog niet geregend, en er was nog geen veldstruik,” staat er.

Daarna volgt opnieuw de schepping van de mens, maar dit keer met meer detail. De mens is gemaakt uit het stof van de aarde. Geen bijzondere, buitenaardse samenstelling, geen ander materiaal – gewoon stof. Pas toen God Zijn levensadem in hem blies, werd de mens levend. Meer dan stof is de mens niet, maar vermengd met Gods levensgeest ontstaat een leven dat ons verstand te boven gaat. En dan? Dan lijkt alles klaar, en wellicht volgde toen de zevende dag, maar God gaat nog een stap verder. Uit al het gewas en de bomen plant Hij een tuin. Een tuin voor de mens die Hij gemaakt had.

Adam komt dus niet terecht in een onoverzichtelijke wildernis, in een veel te grote aarde voor één mens. God zet hem in een tuin. Hij bakent een ruimte af en maakt een thuis voor de mens. Niet om hem buiten de rest van de aarde te sluiten, maar om hem een plaats te geven waar hij thuis is. God is een God die een thuis geeft aan wie van Hem zijn. De mens hoeft ook niet de hele aarde te bewerken, God zet hem in de tuin om die te verzorgen en te onderhouden. Een stukje geordende natuur binnen de grote ongerepte schepping.

Een tuin waar de mens overzichtelijk kan genieten van het goede dat God geeft. God brengt de mens thuis in Zijn schepping. Daar klopt het hart van de Schepper van hemel en aarde. Adam mag op adem komen op de plek die God voor hem maakte. Daar, in de stilte van de avondkoelte, mag hij wandelen met zijn Schepper in het thuis dat hij ontvangen heeft – om daar te ademen in Gods aanwezigheid.

Dit gedeelte van mijn bediening is kosteloos beschikbaar voor iedereen en doe ik op basis van giften. Wil je meedragen aan de kosten dan zou dat heel fijn zijn. Kijk dan voor meer informatie op de giftenpagina.

Bijbelstudiekanaal (elke zaterdag een video)

Prekenpodcast

Meewandelen met Theo

Nieuwste artikelen