Psalm 139:1–6
God heeft vastgehouden aan waar Hij mee begon: jou zien in wie je bent. Het gaat nog verder: je bent niet alleen gezien, maar ook gekend. God kent je door en door. Dat levert geen afwijzing op, zoals je die misschien al zo vaak in je leven hebt ervaren. Als God je kent, is dat juist reden om je veilig te voelen.
David schrijft Psalm 139 als een loflied op het feit dat hij door God gekend is. Nog voordat hij iets begon te denken, wist God het al. Dat is voor David geen reden om bang te worden, maar het geeft hem rust. Gods beschermende hand is op hem, terwijl God hem door en door kent. God kent niet alleen het goede, maar ook wat niet goed is, en toch blijft Hij Dezelfde.
Je mag je gekend weten, en toch ligt je leven beschermd in Zijn hand. Dat is te wonderlijk om te begrijpen; daar kun je met je verstand niet bij.