Deuteronomium 34:4
Mozes staat op de grens van het Beloofde Land. Na veertig extra jaren in de woestijn, waar hij niet eens de schuld aan had, staat hij op de grens, maar mag hij er niet in. Het was misgegaan op een moment dat hij zo klaar was met dat volk en hij op een rots had geslagen en niet naar God luisterde.
Soms zegt God dat het stopt en dat je moet afronden. Ook voor Mozes gold dat. Of hij er rouwig om was, weten we niet, al liet hij God meerdere keren merken dat hij het volk zat was. Mozes moet afronden en het stokje doorgeven. Dat klinkt als een straf, maar kan misschien juist een bevrijding zijn.
Eeuwen later ontmoeten we Mozes nog een keer, in levende lijve, samen met Elia en Jezus op de Berg van de Verheerlijking. God nam Mozes daar bij de grens tot Zich. Hij had een beter plan voor hem, en Jozua mag verder.