Het zijn ondertussen bijna beladen woorden uit de kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland: “Onopgeefbaar verbonden met Israël.” Steeds vaker klinkt de roep om deze woorden te schrappen. Israël ligt onder vuur en vertoont gedrag waar men iets van vindt, en sommigen menen dat dit reden genoeg is om de verbondenheid met Israël op te kunnen geven.
Nog los van de vraag of Israël werkelijk alles doet aan genocide en oorlogsmisdaden wat hen wordt toegeschreven, klinken deze stemmen steeds luider. Het blijft opmerkelijk dat er al zoveel stelligheid klinkt over genocide en oorlogsmisdaden, terwijl er nog geen enkel rechtmatig proces is geweest dat het bewijs geleverd heeft. Mede ook omdat de vraag in hoeverre Hamas zaken doet die vervolgens Israël in de schoenen worden geschoven. Maar zelfs al zou alles waar zijn, kun je dan zeggen dat de verbondenheid met Israël opgeefbaar is? Ik geloof dat dit totaal onmogelijk is.
Eerlijk gezegd begrijp ik niet hoe iemand de Bijbel leest die dat beweert. Onlangs las ik in een artikel van een collega-theoloog de vraag: “Wat nu als Jezus als Palestijn geboren was?” Ik begrijp de vraag niet. Dat kan gewoonweg niet. Jezus zou nooit als Palestijn geboren kunnen zijn, en nooit in Gaza. De Bijbel – en daarmee Gods Woord – biedt daar geen enkele ruimte voor. De profetie was duidelijk: Jezus zou geboren worden uit een Joodse maagd, uit het geslacht van David, in Bethlehem. Het feit dat Jezus een Jood was, geboren uit een maagd in Bethlehem, is het bewijs van Zijn Messiasschap. Hoe wil je anders de profetie uitleggen?
Daarin ligt ook onze onopgeefbare verbondenheid met Israël. Christenen die geloven dat Jezus de Redder van de wereld is, kunnen nooit zeggen dat ze niet verbonden zijn met Israël. Dit staat totaal los van wat Israël politiek doet of nalaat. Het gaat om de absolute werkelijkheid: wij zijn in Christus onlosmakelijk verbonden met Israël. Toen de mensheid drie keer faalde in de wereldgeschiedenis – in het paradijs, bij de zondvloed en bij de toren van Babel – koos God ervoor Zijn reddingsplan vast te leggen in een volk dat Hij uitkoos: Israël, met Abraham. God borg Zijn heilsplan in Zijn verbond met Israël. De Redder moest uit Israël komen.
Wie Openbaring 12 leest, ontdekt hoe dit werkt. De vrouw in dit hoofdstuk en de draak: de draak is satan, maar wie is de vrouw? Uit die vrouw wordt het Kind geboren. Dat kan niemand anders zijn dan Israël. Deze vrouw staat symbool voor Israël. De draak probeert het Kind te verslinden zodra het geboren wordt. Maar de vrouw baart het Kind, en Hij zal de heidenvolken hoeden met een ijzeren staf. Het Kind wordt weggerukt naar God en Zijn troon: Jezus keert, na Zijn overwinning, met Zijn hemelvaart terug naar de Vader.
Daarna doet de draak alles om de vrouw te vernietigen. Wie de vrouw neerzet als de kerk of als de gelovigen, vervangt Israël, terwijl God juist Israël heeft gekozen als drager van Zijn heilsplan. De draak krijgt de vrouw niet te pakken, want God beschermt haar, al blijft de vervolging doorgaan. Zelfs de aarde komt Israël te hulp. Israël heeft bij God dus een beschermde status.
Wat blijft er voor de draak dan nog over? Wraak. Als hij de vrouw niet kan bereiken, kiest hij ervoor oorlog te voeren tegen haar nageslacht: zij die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus Christus hebben. Wanneer wij opnieuw geboren worden, worden wij deel van dat nageslacht: kinderen van de Allerhoogste. Daarom kan niemand zeggen dat wij niet verbonden zijn met Israël. Dat is onmogelijk. Wij zijn onopgeefbaar verbonden met Israël.
Uit Israël is Jezus voortgekomen, volgens Gods belofte. Door onze verbondenheid met Jezus zijn wij verbonden met Israël. Je kunt nooit zeggen dat dit uit de kerkorde gehaald moet worden, want zelfs als het daaruit zou verdwijnen, blijft de realiteit staan: wij zijn en blijven onopgeefbaar verbonden met Israël. Het is het volk waaruit de Messias geboren is. Door geloof in Jezus zijn wij geënt in dezelfde wortel waarvan Israël de oorspronkelijke takken vormt.
Of je het wilt of niet: wij zijn onopgeefbaar verbonden met Israël, anders waren we nooit gered!