Hoe zing je wat je zingt?

Met welk besef sta je voor de troon van God?
Het is een vraag die bij mij opkwam, en die bij mij tot heel wat gedachten leidt. Het begon eigenlijk met een gevoel waar ik nogal eens mee probeer te dealen.
Ken je dat gevoel? Dat er ogen in je rug prikken omdat je niet precies doet wat iedereen doet? Wat doen die ogen met jou? Staren die ogen jou uit jouw moment van aanbidding? Of dat je je in bepaalde omstandigheden anders gedraagt dan in andere situaties — en dat voelt eigenlijk ook niet goed? Soms krijg je dan de vraag waarom je iets doet wat niet iedereen gewend is. Of je voelt gewoon dat er over je gepraat wordt.

Hoe zingen we onze liederen voor God?
Daar gaat het in mijn hoofd vaker over dan ik misschien zou willen. Misschien komt dat omdat ik niet helemaal gemiddeld ben in mijn geloofsbeleving. Of zou je dat niet zo kunnen zeggen?

Tijdens Opwekking zei iemand tegen mij: “Dank je wel voor jouw vrijmoedige manier van aanbidden, dat heeft mij bemoedigd.” Ik was even stil. Ik wist niet wat ik moest zeggen. Heel eerlijk: ik schrok even. Iemand kwam naar me toe, en ik was bang voor een negatieve reactie.

Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg.
Maar wat is dan eigenlijk normaal? Misschien zijn wij in de kerk niet zo gewend aan een uitbundige manier van zingen. Zo zijn wij gewoon niet, zeggen we dan. Wij zijn te nuchter, zeker in de protestantse traditie. Tenminste, dat is vaak de reden die gegeven wordt.

Maar... wanneer het Nederlands elftal scoort, dan blijken we ineens wél uitbundig te kunnen juichen en klappen.
Misschien vind je dat een te wereldgelijkvormig voorbeeld. Maar als je zoon of dochter aan het eind van groep 8 hun musical speelt, ontdek je ineens ook meer uitbundigheid dan je dacht dat je had. Je klapt, je bent zichtbaar én innerlijk blij en trots. Of denk aan dat moment dat je uit volle borst zong: “Er is er één jarig!” Of toen je juichte en klapte omdat iemand die je dierbaar is een lintje kreeg. Er zijn genoeg momenten te bedenken die laten zien dat we helemaal niet zo nuchter zijn als we soms zeggen. Als iets je écht raakt, verandert die — misschien wel niet-bestaande — nuchterheid, en reageer je op een heel natuurlijke, emotionele manier.

Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg, toch?
Daar zijn wij te nuchter voor, toch?

Nu terug naar mijn vraag, met deze overwegingen in je achterhoofd: Met welk besef sta jij voor de troon van God? Tenminste, ik ga ervan uit dat wanneer we liederen of psalmen zingen voor God, we dat niet in het luchtledige doen. Je bent op dat moment geestelijk letterlijk voor de troon van God. Sterker nog: als wij onze lofzang zingen, zet God Zijn troon op onze lofzang. (Psalm 22:4) Zo dichtbij komt Zijn troon dan.

Op welke manier aanbid je Gods heiligheid?
Hoe geef je daar vorm aan? Hoe zing je een lied als “Ik kniel neer, en belijd”? Hoe zing je een psalm als “Juich aarde, juich alom de Heer”? Hoe zing je een zin als “Wij strekken onze handen uit”? Hoe zing je liederen en psalmen met woorden als “dansen” en “huppelen”? Wat doe je als je zingt 'Vader met geheven handen breng ik U mij lof en eer'? Hoe zing je 'Springt op van vreugd, verheft Zijn lof'? Het zijn niet alleen de moderne liederen, maar ook de oude psalmen die ons deze woorden laten zingen.

Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg, toch?
Daar zijn wij te nuchter voor, toch?

En toch… ik kan daar oprecht niet mee leven. Hoe kan ik voor de troon van God iets zingen wat ik niet dóe? Hoe kan ik wel uitbundig zijn bij een aards feest, maar dat niet zijn voor de God die ik zo liefheb, Die ik bewonder, Die voor mij zo groot is — zo nabij, zo alles? Ik kan dit niet. Ik kan niet zingen over overgave, en dan de woorden gewoon wegzingen. Mijn handen gaan open. Mijn lichaam doet wat ik zing.

Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg, toch?
Daar zijn wij te nuchter voor, toch?

Is het gek dat ik het steeds gekker ben gaan vinden dat we tijdens onze aanbidding wel dingen zingen, maar ze niet doen? Is het gek dat ik er eigenlijk niet mee wil — en kan — dealen wat mensen van mij vinden? Is het gek dat ik soms zo worstel tussen het oordeel dat ik voel en mijn intense, oprechte verlangen? Is het gek dat ik mij helemaal wil geven als ik zing?

Nee. Dat is niet gek.
Ik sta voor de troon van God, en er is geen plek waar ik oprechter wil zijn dan daar.

Misschien denk je… Theo, houd op. Ik stop — het is goed. Maar mag ik dit met je afspreken?
Als jij God oprecht kunt aanbidden met je handen in je schoot, doe dat dan. Als dat voor jou oprecht is, is het goed. Maar mag ík het dan op mijn manier doen? Omdat ik niet anders kan dan doen wat ik zing en uiting wil geven aan dat wat er vanbinnen bij mij gebeurt.

Dit gedeelte van mijn bediening is kosteloos beschikbaar voor iedereen en doe ik op basis van giften. Wil je meedragen aan de kosten dan zou dat heel fijn zijn. Kijk dan voor meer informatie op de giftenpagina.

Bijbelstudiekanaal (elke zaterdag een video)

Prekenpodcast

Meewandelen met Theo

Nieuwste artikelen