Johannes 15:5–8
Aan de vruchten kent men de boom, maar ook de discipel. Dat Jezus zo aandringt op vruchtdragen heeft alles te maken met de verbondenheid met Hem. Hij wil dat wij vrucht dragen omdat dat betekent dat we met Hem verbonden zijn. Dat is Zijn verlangen: dat wij niet leven in eigen kracht, maar door Zijn kracht.
Iemand die vrucht draagt, is niet alleen met Jezus verbonden waardoor die vrucht ontstaat, maar is daarmee ook een discipel. Daarom zegt Jezus: Blijf in Mij en laat Mijn woorden in je blijven, dan zullen die vruchten groeien. Die vruchten tekenen je als discipel, maar daardoor wordt ook God de Vader verheerlijkt.
God wordt grootgemaakt wanneer jij een discipel bent. Hoe jij steeds meer op Jezus gaat lijken wordt Zijn werk aan jou zichtbaar en vereer jij Hem. Door te laten zien wat Hij in jou doet, verheerlijk jij Hem, dat is vrucht die blijft.